woensdag 17 september 2008
De Blijerd
Ik ben zelf een rasoptimist en toen ik nog single was had ik, na een tijdje depressieve mannen te hebben gedate, op een gegeven moment een nieuwe categorie aangeboord: de blije man. Zo eentje die “Hoi, hoi, hoi” roept als hij je ziet en ieder smsje standaard met “joepie” begint. Ik had er zelfs eentje die de hele dag liep te zingen. Deze mannen hebben meestal een groot rond gezicht met van die appelwangetjes. Doe er een strik omheen en je hebt een vrolijk paasei, zegt schrijfster Yvonne Kroonenberg hierover. Vaak hebben ze ook nog krulletjes en een colgate smile die zo vastgeroest zit op hun gezicht dat ik denk dat ze zelfs zo glimlachen als ze oog in oog staan met een inbreker om 4 uur 's ochtends. Tjah, alles waar TE voor staat kan je maar beter goed tegen verzekerd zijn. Vriendin M. had ook een tijdje gedate met zo’n enthousiaste man. Al maakte ze hem met de grond gelijk, hij belde nog tien keer per dag. Hij lachte zelfs om haar flauwste grappen. Sterker nog: hij lachte zelfs nog als ze hem voorzichtig probeerde te vertellen dat ze niet zo geïnteresseerd in hem was. Peter Jan Rens kan zo weer een nieuwe reeks van zijn “Geef nooit op” show beginnen, kandidaten genoeg. Wellicht was deze enthousiaste date van vriendin M. wel lid van wandelvereniging de Vrolijke Tippelaars, carnavalsvereniging de Vrolijke Doortrekkers, de Vrolijke School of wat me het meest waarschijnlijk lijkt: carnavalsvereniging de Vrolijke (door)Drammers. NB.: deze bestaan echt allemaal, zie Google. Zo had ik collega Gert die mij een liefdesbrief stuurde. Zesentwintig van de zevenentwintig zinnen eindigde met een uitroepteken, ééntje niet, die eindigde met een vraagteken. Diezelfde Gert was ook de man die na 10 smsjes de tijd al rijp vond om mij eens te vragen hoeveel kinderen ik wil. Ik denk dat hij maar beter spermadonor kan worden. Wie wil er nou kinderen van zo’n blije man? Volgens mij huilen die niet eens bij de geboorte, zelfs al zit de navelstreng om hun beentje gekneld. Maar top of the bill was Johan. Met enorme pretoogjes een echte blijerd. Vrolijk babbelde hij er op los aan de bar en schepte terloops nog even op over zijn auto, een Porsche. Jammer genoeg val ik niet op geld. Hij maakte dus geen kans. Maar daar heeft een blijerd geen last van. Vrolijk ging hij mijn vriendinnen trachten te versieren met wederom veel Porsche. Een week later zat ik in de bus en zag ik de blijerd in ene een stuk minder blij langs de kant van de weg. Hij was een bruine Opel Kadett aan het duwen waar rook uit kwam. Kijk, dáár word ik nou blij van.
Abonneren op:
Reacties posten (Atom)
Geen opmerkingen:
Een reactie posten