woensdag 17 september 2008

Even aan mijn moeder vragen (ik zweer je dat hij dat zei, hij lachte er niet eens bij).

Vriendin J. zet een nieuwe remkabel op haar fiets, kan een boor hanteren en belt geen 112 als ze autopech heeft. Haar vriend heeft daar duidelijk geen last van. Toen hij een tijdje geleden voor de tigste keer bij haar kwam eten en zij hulp vroeg bij de bereiding ervan kwam ze er achter dat hij geen appel kan schillen. Dat doet zijn moeder altijd voor hem. Zelfs met de dunschiller is hij bang en voorzichtig. Ze gaf hem uiteindelijk maar de kaasschaaf omdat die beweging hem nog het meest bekend is. Ze kunnen nu langzaam opwerken richting dunschiller, net als fietsen zonder zijwieltjes. Toen ze laatst een weekendje weg gingen ontdekte ze tot haar ontsteltenis dat hij een nieuw doosje wattenstaafjes, voor een weeshuis aan washandjes en een voorverpakt Zwitsal zeepje bij zich had! Mommy Dearest had geholpen met pakken. Vraag ik me toch af wat die man nou doet in eMANcipatie…. Ook bepaald zijn mams nog de inhoud van zijn klerenkast. Als zij iets versleten vindt MOET het worden weggegooid. Ze kunnen bij de “Zak van Max” de “x” wel weglaten. Ze heeft haar vriend zijn halve garderobe al aan dat goede doel gegeven. Tjah, sommigen staan al met één been in het graf, haar vriend staat nog met één been in de baarmoeder. En zij mag er niks van zeggen want Die Mutti is heilig! Zodoende had ze de Schoonmoeder Blues te pakken hoor. Zij is echter niet de enige met deze “blues”. Ook vriendin H. moest het ontgelden toen ze een paar weken geleden was gaan kamperen met haar vriend en hij bij iedere haring die hij er in moest slaan nog net niet zijn moeder op belde om te vragen hoe het moest. Daarnaast vond hij het kamperen ook erg vies, het leek wel of hij een bacteriefobie had. Dat zou komen omdat zijn moeder hem heel hygiënisch heeft opgevoed, ze is zelf namelijk een enorme poetsmajoor. Bij haar thuis is het zo schoon, dat als je er de vloer likt, je zelfs vitaminen naar binnen krijgt. Een echte vlekkenkampioen met smetvrees. “Weet je wel, zo’n type die bij anderen thuis haar voeten veegt voordat ze NAAR BUITEN gaat”, aldus vriendin H. Ook vroeg vriendin H. zich af wat haar schoonmonster er van zou vinden dat haar vriend, toen ze hem laatst alleen thuis had gelaten, zelf een kiwi had geschild en “het klokhuis” ervan had weggegooid (waarvan hij later beweerde dat hij de “pit” van de kiwi bedoelde!). Maar het kan altijd erger: kennis V. had laatst iets raars bij haar vriend zijn kringspier ontdenkt tijdens een gezamenlijke badsessie. Toen ze vroeg of hij er niet mee naar de dokter wilde gaan zei hij (27 jaar oud) dat hij zijn moeder er wel even naar zou laten kijken! De gedachte dat je vriend bij het volgende bezoek aan zijn moeder zijn broek op zijn knieën zal laten zakken en voorover zal bukken met anus in de lucht zal voor menig vrouw ondragelijk zijn. “Tjah”, zei vriendin J., “doe me dan toch maar dat Zwitsal zeepje in zijn koffer. Die zit er de volgende keer wellicht niet meer in als ik haar vertel hoe heerlijk ik hem er figuurlijk EN letterlijk mee heb ingezeept….”

Automutilatie/automishandeling

Waarom heeft een Lada achterruitverwarming? Zodat je geen koude handen krijgt bij het duwen. En zo ken ik er nog wel een paar. Mijn leraar Duits zei eens dat hij een Daf (met het Pientere Pookje) maar niks vond, die roesten al in de folder en hadden niet voor niks de bijnaam “Truttenschudder (met jarretelaandrijving).” Hijzelf was meer fan van de Mercedes en haalde eens tijdens de Duitse les een prachtig verhaal op over zijn studententijd in Duitsland. Hij en een huisgenoot hadden de motor uit een kever gehaald en vervangen door de motor van een Mercedes (kostte weliswaar de hele achterbank van de kever). Vervolgens de Autobahn op en met 200 k/m per uur verbaasde medeweggebruikers inhalen. Vele automerken staan voor een afkorting, DAF staat bijvoorbeeld voor "Van Doorne’s Aanhangwagenfabriek" (later: Automobielfabrieken). Maar dat werd al gauw veranderd in “Door Aanduwen Fel” of “Duwen Anders Fietsen”. Voor de fabrikant zijn zulke herinterpretaties doorgaans weinig vleiend. Opel blijkt dan opeens te staan voor "Overal pech en last" of "Ons Product Eist Levens” en Renault wordt "Roest En Narigheid Achtervolgen U Lange Tijd". En wie de Skoda-rijder volgt, moet wel wat extra tijd uittrekken, want dat wordt "Samen Knutselen Onder De Auto". Maar Skoda staat ook voor “Schuddend Klaarkomen Op De Achterbank”. Ik adviseer de Skoda rijder dan ook een Car’a’sutra boek. De enige ervaring die ik heb met auto’s kwam van mijn eigen groene Ford Fiesta. Mijn ouders hadden geld gespaard voor mijn rijbewijs en als daar nog wat van overbleef na het behalen van mijn roze papiertje mocht ik een tweedehands auto kopen. Dus ik en mijn moeder naar één of andere tweedehands autoverkoper. Hij had een beetje de standaard verhalen over de goedkoopste auto die hij had staan. “Deze auto heeft jarenlang bij een oud omaatje in de garage gestaan”. Daarnaast had hij het onder het genot van een kopje koffie (en met uitzicht op gouden sieraden waar Mr. T. jaloers op zou zijn) over hoe hij en zijn vrouw iedere zomer naar Roemenië gingen om daar de weeskindjes te helpen. Ik eindigde met vier maal een lekke band nog net niet als eerste op het wereldkampioenschap banden verwisselen. Want de banden waren zogenoemd niet uitgelijnd. Daar sta je dan langs de kant van de snelweg in je nepbontjasje op hoge hakken met de krik in je ene hand en een Wettie (vochtige tissue) in de andere. Maar toegegeven, de auto kon verder een hoop hebben. Ik ben nog wel eens in een woede-aanval om 4 uur zondag ’s nachts midden op een rotonde beland. Alleen mijn ruitensproeivloeistoftank was lek. De vogelenpoep moest er toen met de krabber af. Maar nadat ik uiteindelijk ook mijn rechterzijspiegel eraf heb weten te rijden (de biobakken stonden die week in ene in de goot in plaats van op de stoep) kon ik niet meer zeggen: “To the BATmobile, let’s go!”. Toen werd het toch echt: “To the BADmobile, let’s go…”

De Blijerd

Ik ben zelf een rasoptimist en toen ik nog single was had ik, na een tijdje depressieve mannen te hebben gedate, op een gegeven moment een nieuwe categorie aangeboord: de blije man. Zo eentje die “Hoi, hoi, hoi” roept als hij je ziet en ieder smsje standaard met “joepie” begint. Ik had er zelfs eentje die de hele dag liep te zingen. Deze mannen hebben meestal een groot rond gezicht met van die appelwangetjes. Doe er een strik omheen en je hebt een vrolijk paasei, zegt schrijfster Yvonne Kroonenberg hierover. Vaak hebben ze ook nog krulletjes en een colgate smile die zo vastgeroest zit op hun gezicht dat ik denk dat ze zelfs zo glimlachen als ze oog in oog staan met een inbreker om 4 uur 's ochtends. Tjah, alles waar TE voor staat kan je maar beter goed tegen verzekerd zijn. Vriendin M. had ook een tijdje gedate met zo’n enthousiaste man. Al maakte ze hem met de grond gelijk, hij belde nog tien keer per dag. Hij lachte zelfs om haar flauwste grappen. Sterker nog: hij lachte zelfs nog als ze hem voorzichtig probeerde te vertellen dat ze niet zo geïnteresseerd in hem was. Peter Jan Rens kan zo weer een nieuwe reeks van zijn “Geef nooit op” show beginnen, kandidaten genoeg. Wellicht was deze enthousiaste date van vriendin M. wel lid van wandelvereniging de Vrolijke Tippelaars, carnavalsvereniging de Vrolijke Doortrekkers, de Vrolijke School of wat me het meest waarschijnlijk lijkt: carnavalsvereniging de Vrolijke (door)Drammers. NB.: deze bestaan echt allemaal, zie Google. Zo had ik collega Gert die mij een liefdesbrief stuurde. Zesentwintig van de zevenentwintig zinnen eindigde met een uitroepteken, ééntje niet, die eindigde met een vraagteken. Diezelfde Gert was ook de man die na 10 smsjes de tijd al rijp vond om mij eens te vragen hoeveel kinderen ik wil. Ik denk dat hij maar beter spermadonor kan worden. Wie wil er nou kinderen van zo’n blije man? Volgens mij huilen die niet eens bij de geboorte, zelfs al zit de navelstreng om hun beentje gekneld. Maar top of the bill was Johan. Met enorme pretoogjes een echte blijerd. Vrolijk babbelde hij er op los aan de bar en schepte terloops nog even op over zijn auto, een Porsche. Jammer genoeg val ik niet op geld. Hij maakte dus geen kans. Maar daar heeft een blijerd geen last van. Vrolijk ging hij mijn vriendinnen trachten te versieren met wederom veel Porsche. Een week later zat ik in de bus en zag ik de blijerd in ene een stuk minder blij langs de kant van de weg. Hij was een bruine Opel Kadett aan het duwen waar rook uit kwam. Kijk, dáár word ik nou blij van.

Schokkende bekentenissen...

Een heerlijk avondje uit in mijn stamkroeg betekent vaak aan het einde van de avond vele bekentenissen rijker. Eén van de vragen naast hoe oud ben je? Studeer je? is natuurlijk: “WAT studeer je?”. En zodra ik heb gezegd dat ik psychologie studeer gaan de trossen los. Nog voordat ik kan zeggen dat mijn afstudeerrichting arbeids- en organisatiepsychologie is, iets wat niets te maken heeft met het stereotype beeld van de sofa met de patiënt erop, komen er hele levensdrama’s uit. Echtscheidingen van ouders, vrienden aan de drugs of vaders die een hartinfarct hebben gehad, de versierpoging verandert acuut in de wens om een gratis therapiesessie. De meeste krijgen van mij braaf het nummer van Stichting Korrelatie (0900-1450) maar sommige gevallen zijn zo zielig dat ze beter af zijn met het nummer van de Kindertelefoon (0800-0432). Er zitten er ook altijd bij die proberen toch nog de therapiesessie met een versierpoging te combineren. Zo had ik er ooit één die begon over problemen in bed met zijn vriendin alsof hij wilde zeggen ‘ga je even mee naar huis om te laten zien dat jij weet hoe het wél moet?’. Dit alles is nog mild vergeleken met de bekentenissen die vriendin P. te horen kreeg. Op een avond met een leuke date waarmee ze alleen nog maar gezoend had wist hij nog voordat er sprake was van met elkaar naar bed gaan even te waarschuwen dat ‘ze straks niet moest schikken, want hij heeft een spatader op zijn balzak.’ Goh, op voorhand vast aankondigen dat je discoballen hebt, dáár worden haar hormonen vrolijk van! Maar Emiel, een latere date van P. spande toch wel de kroon. Ze was beschonken bij hem thuis op de bank beland toen hij, zomaar uit het niets, ging uitleggen hoe hij masturbeert. Hij doet een sok om zijn penis, gaat op zijn buik liggen in bed en wrijft heen en weer totdat hij gekomen is. Zelf begreep hij ergens ook wel dat dit erg apart is en grapte dat hij een “textielneuker” is. Ook wij hadden weken daarna nog in plaats van onderbroekenlol “sokkenlol” over Emieltextiel. Hij zou te stoffig zijn of van het masturberen een stofwisselingsziekte hebben opgelopen. Ook als we naar een optreden van zijn band gingen wisten we niet of we nou slipjes of sokken op het podium moesten gooien. Eén ding weet ik zeker: mocht hij zijn hart bij mij gaan uitstorten in de kroeg, geef ik hem noch het nummer van Stichting Korrelatie, noch het nummer van de Kindertelefoon, maar verwijs ik hem toch echt door voor een therapiesessie bij een geitenwollen sok.